Onderbegroeiing

In het algemeen is de onderbegroeiing aardig gevarieerd. Her en der ligt er een behoorlijke humuslaag en het barst hier van de woelmuizen die de grond oppervlakkig bewerken waardoor planten zich makkelijk kunnen uitzaaien. Behalve klimop zijn we ook de bonte gele dovenetel (her en der staat ook de echte gele dovenetel) en in mindere mate brandnetel en zevenblad aan het terugdringen. Er staat veel speenkruid en klimopereprijs, ook heel veel reuzenbalsemien en klein springzaad (trekken we er ook wel uit). Opvallend weinig fluitenkruid, wel weer veel dagkoekoeksbloem, robertskruid en groot nagelkruid (Geum macrophyllum). Verder groot heksenkruid, look-zonder-look, vingerhoedskruid, gewone hennepnetel en steeds meer kleine kaardebol. Opvallende soorten die her en der verschijnen zijn citroenmelisse en valse salie. Vrij veel daslook, bosanemoon, hartbladzonnebloem (zie rechter foto), gele narcissen en weer steeds meer wilde hyacint, vingerhelmbloem, kleine maagdenpalm, lievevrouwebedstro en op armere stukken stinkende gouwe en roze winterpostelein.

Heidegebied

Vroeger was hier een stuk aangeplante heide met verschillende soorten en cultuurvariëteiten, doch ook hier is door ouderdom en verwaarlozing vrijwel niets van overgebleven. Slechts enkele stokoude witbloeiende struikhei en een restant in de winter bloeiende dophei waren er nog over in een veld van kweekgras. Met heel veel moeite heb ik al het gras eruit gekregen. We hebben een woud van grote bergthee (plm. 300 m2) teruggedrongen tot één enkele struik en er kwam heel veel vingerhoedskruid, gewoon wilgenroosje en in mindere mate schapenzuring en rankende helmbloem voor in de plaats. Ook kwamen er wel spontaan nieuwe heideplantjes op doch deze hebben veel last van betreding en concurrentie van vooral wilgenroosje. Overigens staan hier enkele pollen pijpenstrootje en ruwe smele.

Er staan hier een paar grove dennen, Servische sparren, jeneverbessen - topzwaar en ze vallen uit elkaar, we hebben drie nieuwe geplant, er staat één venijnboom (Taxus baccata) en nog enkele andere coniferen. Er stond nog een gaspeldoorn met enkele zaailingen doch deze zijn door een aantal strenge winters helaas dood gegaan.

vorige bladzijde
doronicum ondergroei
Foto links: we gebruiken het groot nagelkruid als een soort bermscheiding. een nadeel is dat na de bloei hij veel last van meeldauw kan vertonen waardoor de planten er lelijk uit gaan zien.